Het onderwijs verandert voortdurend. Nieuwe examenprogramma’s in het vmbo en op de havo laten dat duidelijk zien. De nadruk ligt steeds minder vaak op kennisoverdracht alleen, maar juist ook op vaardigheden die leerlingen nodig hebben buiten het klaslokaal. Samenwerken. Onderzoeken. Oplossingen bedenken voor vraagstukken uit de échte wereld. Maar wat betekent dat voor docenten die voor de klas staan? Het professionaliseringstraject Praktijkgericht lesgeven van Fontys Educatie biedt docenten de nodige handvatten.
In de praktijk blijkt dat scholen soms ineens iemand aanwijzen om een praktijkgericht programma te verzorgen. “‘Gefeliciteerd! Jij mag een praktijkgericht programma gaan geven’, klinkt het dan. Maar hoe pak je dat aan als docent? En hoe ontwerp je onderwijs dat écht aansluit bij de praktijk?”
Cursus èn minor
Aan het woord is Jacqueline Landa (op de foto in het midden), vakdocent bij Fontys Educatie. “De nieuwe examenprogramma’s in het vmbo zijn de aanleiding geweest voor de ontwikkeling van het nieuwe professionaliseringstraject Praktijkgericht lesgeven”. Landa is inhoudelijk coördinator van dit traject. Belangrijk om te weten: deze wordt als minor wordt aangeboden voor studenten in de hoofdfase van de lerarenopleidingen en als cursus voor bevoegde docenten in het primair en voortgezet onderwijs. In september gaat het traject van start.
Echte opdrachten uit de samenleving
“Docenten willen hun leerlingen goed voorbereiden op de wereld buiten school, maar hebben zelf vaak nog geen duidelijke handvatten of de ervaring om praktijkgericht onderwijs vorm te geven. Zonder voorbereiding kan dat als “onthand” voelen. Dit traject moet daar verandering in brengen.” Collega Anne Nabuurs (op de foto links) vult aan: “Praktijkgericht onderwijs verschilt op een belangrijk punt van traditionele lessen: leerlingen werken aan echte opdrachten uit de samenleving. Niet een hoofdstuk uit de methode staat centraal, maar een vraagstuk uit de praktijk. Dus realistische opdrachten van bedrijven, organisaties of instellingen. Daardoor verandert ook de manier waarop leerlingen leren.”
Grote doelgroep
Landa: “Samen met vier andere hogescholen die ook deel uitmaken van het ECPB (Expertisecentrum Professionalisering (Technisch) Beroepsonderwijs) zijn we dit traject gaan ontwikkelen. Maar gaandeweg bleek dat de doelgroep veel groter was dan alleen het vmbo, en in het bijzonder het Technisch Beroepsonderwijs. Intern kregen we dan ook al snel als feedback om deze als minor toegankelijk te maken voor álle studenten van Fontys Educatie. Bijvoorbeeld voor de studenten van (voorheen) Kind & Educatie, waar ze iets vergelijkbaars doen. Ze hebben die examenprogramma’s dan wel niet, maar geven wel op een dergelijke manier les. Geldt ook voor de havo, mbo3 en 4; overal willen we die buitenwereld binnenhalen! Docenten die met bedrijven en organisaties verder gaan samenwerken om opdrachten te formuleren.”
Betere aansluiting
Collega Harm van den Wijngaard (op de foto bovenin rechts), die dit traject samen met Landa en Nabuurs heeft ontwikkeld, vult aan: “Die opdrachten kunnen bijvoorbeeld gaan over duurzaamheid, technologie of maatschappelijke vraagstukken. Zo leren leerlingen bijvoorbeeld te onderzoeken wat een lokaal zwembad nodig heeft om energiezuiniger te worden. Of een oplossing bedenken voor een probleem in hun omgeving.” Volgens de initiatiefnemers helpt dat leerlingen om beter voorbereid te zijn op hun toekomst. “Hoe eerder kinderen met realistische contexten in aanraking komen, hoe succesvoller hun schoolcarrière is. Bovendien sluit deze manier van leren beter aan op vervolgopleidingen in het mbo en hbo.”
Traject brengt mensen samen
Belangrijk om te benoemen, aldus Nabuurs, is dat dit nieuwe traject mensen samenbrengt. Studenten van lerarenopleidingen, zittende docenten en andere deelnemers werken gezamenlijk aan praktijkgerichte opdrachten met opdrachtgevers uit het werkveld. Enorm waardevol, want ervaren docenten kennen de schoolpraktijk, terwijl studenten op hun beurt vaak goed zijn in het ontwerpen en vormgeven van lesmateriaal. Samen kunnen zij nieuw praktijkgericht onderwijs ontwikkelen dat direct toepasbaar is. Samen leren ze hoe ze leerlingen begeleiden bij onderzoek en ontwerp.
Vanzelfsprekend onderdeel
“Bovendien ontvangt de onderwijsprofessional bij goed gevolg na afloop van dit traject een Microcredential (een kort, praktijkgericht en gecertificeerd scholingstraject van 1 tot 30 EC’s, en gericht op bij- of omscholing voor professionals). Met deze Microcredential wordt de professionele ontwikkeling in praktijkgericht lesgeven op hbo-niveau aantoonbaar en erkend.” Hoewel praktijkgericht werken natuurlijk al langer voorkomt in beroepsgerichte vakken, verspreidt deze aanpak zich nu steeds verder naar andere delen van het onderwijs. Ook theoretische vakken en andere schooltypen experimenteren met opdrachten uit de praktijk. “Het gaat als een soort olievlek,” aldus Landa. “Met ‘Praktijkgericht Lesgeven’ wil Fontys docenten ondersteunen bij deze ontwikkeling. Het doel is dat praktijkgericht lesgeven niet iets extra’s wordt, maar een vanzelfsprekend onderdeel van het onderwijs. Want daar draait het uiteindelijk om: leerlingen zo goed mogelijk voorbereiden op de wereld buiten school!”
Heb je interesse in het traject Praktijkgericht Lesgeven en wil je meer informatie? Kijk dan op onze website.Voor onderwijsprofessionals: Cursus Praktijkgericht lesgeven |


