De verantwoordelijkheid voor de ouderenzorg wordt door overheid en zorginstellingen vaak bij de burger en diens netwerk neergelegd. Maar diezelfde burger is niet altijd zo zelfredzaam als gehoopt en gaat ervan uit dat hij recht op zorg heeft. Dat zorgt voor frictie. Lector Teatske van der Zijpp, onderzoeker Eric Schoenmakers en collega’s onderzochten van begin 2023 tot eind 2025 samen met twaalf zorg- en welzijnsinstellingen hoe ‘samenzorg’ in zijn werk gaat. Hieruit blijkt dat mensen in verschillende mate zelfredzaam zijn, dat het soms beter is om redzaamheid te delen met professionals en dat inbedding in grotere gehelen zoals de buurt en familie van grote waarde is.
Wie is er verantwoordelijk voor goede ouderenzorg in Nederland? Is dat de overheid, de zorginstelling of de burger? Er wordt naar elkaar gekeken en gewezen met onvrede tot gevolg. Burgers rekenen erop dat ze recht op zorg hebben, terwijl overheid en instellingen meer verantwoordelijkheid leggen bij burgers en mantelzorgers.
Zelf doen, tenzij…
Zelfredzaamheid of ‘samenredzaamheid’ is het toverwoord. Zorgvragers moeten eerst zelf een oplossing zoeken, met behulp van hun sociale omgeving (familie, buren, vrienden) en technologie (apps, zorgrobots, sensoren). Lukt dat niet? Dan pas komt de professional in beeld, die eerst nagaat of het netwerk alsnog kan bijspringen. In deze werkwijze wordt het (tijdelijk) overnemen van zelfredzaamheid gezien als de laatste optie. Dit uitgangspunt moet kosten besparen, maar houdt weinig rekening met mensen zonder sociaal netwerk of met beperkte digitale vaardigheden. Bovendien: als hulpvragen niet, te laat of onvolledig worden opgepakt, kunnen ze complex worden. Eenvoudige vragen kunnen uitgroeien tot complexe problemen, en juist méér kosten.
Samen anders leren kijken
Van der Zijpp, Schoenmakers en collega’s werkten aan een denkkader Samenzorg om de frictie tussen belanghebbenden te overbruggen. Burgers hebben soms hoge verwachtingen, terwijl overheidsbeleid gericht is op kostenbesparing en zorginstellingen kampen met personeelstekorten en onduidelijke verantwoordelijkheden. Het denkkader helpt betrokkenen om samen te bepalen welke zorg of ondersteuning het best passend is: het versterken van zelfredzaamheid, inzet van technologie, het betrekken van naasten of een structurele rol voor professionals. Vaak is een combinatie van deze ‘zorgbronnen’ het meest duurzaam.
Een opdracht aan iedereen
Het denkkader Samenzorg daagt uit om bestaande rollen te herzien. Voor burgers betekent dit actief meedenken over de eigen zorg en bijdragen aan oplossingen in de eigen omgeving. Voor professionals vraagt het om anders te gaan samenwerken: over de grenzen van het eigen domein heen. Samenzorg lukt alleen als iedereen bereid is zijn aandeel te nemen en bestaande werkwijzen durft te heroverwegen.
Verbondenheid en samenwerking
Feit is dat de ouderenzorg onder druk staat. Er is geen ‘one size fits all’: passende zorg is altijd afhankelijk van de persoonlijke situatie. Juist daarom is het cruciaal dat alle betrokkenen vanaf het begin samen verantwoordelijkheid nemen voor zorg en ondersteuning. In wederkerige verbondenheid. Niet alleen professionals en familie spelen hierin een rol, maar ook vrienden, buren, vrijwilligers en technologische hulpmiddelen. Die brede, gedeelde inzet verlicht de druk op de formele zorg. De regie blijft bij de persoon zelf, met oog voor mogelijkheden en grenzen. Samenzorg vraagt om verbondenheid en samenwerking in de directe leefomgeving, zonder dat vragen ‘over de heg worden gegooid’. Alleen dan leidt samenzorg tot duurzame, persoonsgerichte en effectieve hulp, aldus Van der Zijpp en Schoenmakers.
In de regio groeit de aandacht voor het denkkader van samenzorg. Steeds meer partijen zien de waarde ervan om de kokers van waaruit zorg en ondersteuning doorgaans wordt georganiseerd, te leren overbruggen. Tijdens bijeenkomsten zoals het Samenzorgfestival worden ervaringen en ideeën gedeeld. Met lectoraten, verbonden aan het Centre of Expertise Health van Fontys Hogeschool, wordt in onderzoek verkend hoe samenzorg in de praktijk vorm krijgt en versterkt kan worden.
Auteur: Christel Ruijs en Ingrid Oonincx
Foto: istockphoto.com
