Als leraar ben je van invloed op ontwikkeling van leerlingen

FOR SOCIETY

Sta je er als leraar weleens bij stil wat jij goed vindt voor kinderen en wat jouw handelen teweegbrengt bij leerlingen in hun ontwikkeling naar volwassen burgers? Helma de Keijzer rondde vorig jaar haar promotieonderzoek rond het thema morele leerprocessen van leraren af. Het onderzoek zoomt in op de complexe rol van leraren om elke dag weloverwogen keuzes te maken en hoe dit leren geïnitieerd en ondersteund kan worden.

Wat was de aanleiding voor jouw keuze voor dit onderwerp?
De Keijzer: ‘De aanleiding voor mijn proefschrift was de dagelijkse praktijk. Ik begeleidde destijds vanuit Fontys Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg (OSO) een professionaliseringsprogramma binnen een groot schoolbestuur. Binnen dit bestuur stond het thema inclusie – uitgelegd als elk kind is welkom en we gaan voor thuisnabij onderwijs – hoog op de agenda. Leraren zochten met elkaar naar mogelijkheden om het onderwijs nog beter aan te laten sluiten op de diversiteit van leerlingen. Zij waren erg gemotiveerd om op deze manier een bijdrage te leveren aan een samenleving voor de toekomst, namelijk elk kind heeft recht op onderwijs en geen kind valt buiten boord. Echter, het jaar daarop werd door de onderwijsinspectie geconstateerd dat bij twee scholen de leeropbrengsten achterbleven. Deze scholen kwamen onder verscherpt toezicht, zij moesten binnen een bepaalde tijd de leeropbrengsten weer op orde zien te krijgen. Ik heb van dichtbij de vertwijfeling van leraren gezien, zij wisten niet meer hoe zij ‘goed konden doen’. Dat triggerde mij zodanig dat ik ben gaan nadenken over wat er nodig zou zijn om leraren hierin te ondersteunen.’

Ze vervolgt: ‘Voor leraren is de vraag naar het goede namelijk elke dag relevant en daarmee ook de vraag wat is goed handelen? Deze vraag speelt zich af op meerdere niveaus; leraren moeten afstemmen op de directe behoefte van de leerling, de klas als geheel en tegelijkertijd nadenken over wat hun handelen teweeg brengt in hun ontwikkeling naar een volwassen burger. Wat als goed wordt beschouwd voor kinderen wordt vanuit verschillende opvattingen begrepen en daardoor ook wat goed handelen van leraren is. Want behalve leraren zijn er vele partijen zoals schoolbesturen, ouders, inspectie, overheid en wetenschap die daar ook iets van vinden. Dat is ook begrijpelijk, onderwijs is immers een sleutelvoorziening voor een samenleving waarin begrippen als wereldburgerschap en democratisch samenleven van belang zijn en waar leraren een centrale rol in hebben.’

‘Mijn stelling is dat een diversiteit aan opvattingen verrijkend kan zijn om te bepalen wat redelijkerwijs als ‘goed’ wordt gezien op een bepaald moment in een bepaalde context. De verschillende opvattingen in het genoemde voorbeeld zijn geen van beiden goed of fout: Je kunt niet alleen aandacht hebben voor thuisnabij onderwijs en de leeropbrengsten erbij in laten schieten. Ik zie de diversiteit aan opvattingen ook niet als een probleem dat opgelost moet worden of waarover consensus moet worden bereikt. Het is meer een werkelijkheid die altijd spanningen zal oproepen en waartoe leraren zich elke keer weer opnieuw toe moeten leren verhouden. Wat goed handelen is en waarom dient als het ware steeds opnieuw afgewogen en besproken te worden. Deze afwegingen hebben een morele dimensie en doen zich voor in de interacties van leraren met hun leerlingen. Om een afweging te kunnen maken is het kennen van de eigen referentiekaders van belang alsook de impact ervan begrijpen voor leerlingen. Referentiekaders worden gevormd door opgedane ervaringen en vormen tevens de lens waarmee nieuwe ervaringen begrepen worden. Toch is het vaak onbekend wat we van dergelijke ervaringen leren en blijven referentiekaders daardoor onbetwiste standpunten.’  

Dat werd dan ook het onderwerp van haar promotieonderzoek: De morele betekenis van het lesgeven, wat dat is en hoe leraren daarin ondersteund kunnen worden. Het onderzoek is uitgevoerd met leraren van het primair onderwijs en leraren van het speciaal voortgezet onderwijs. Het onderzoek maakte deel uit van een vier jaar durend RAAK-SIA-onderzoeksproject, waarin Fontys, de Hogeschool Utrecht en de Universiteit voor Humanistiek samenwerkten. Er deden 21 leraren van basisscholen (groepen 6, 7 en 8) en acht leraren van voortgezet speciaal onderwijs (klas 1 en 2) mee. Zij kwamen samen in professionele leergemeenschappen (PLG’s), die werden begeleid door collega’s van de eigen school die daarvoor een professionaliseringstraject volgden.

Eerst heeft De Keijzer een theoretische studie gedaan over waar de morele betekenis over gaat. ‘De morele betekenis is altijd op elk moment en bij elke beslissing van de leraar aanwezig. Je stemt de directe behoefte van de klas af maar ook wat het teweeg brengt bij ontwikkeling van de leerling.’

Dat zal een bewuste en onbewuste kant hebben?
‘Dat klopt. Uit de theoretische studie blijkt dat leraren wel degelijk opvattingen hebben over wat goed is voor leerlingen maar deze zijn vaak impliciet. En dat heeft te maken met eigen waarden en opvattingen over wat zij zelf belangrijk vinden en waartoe zij vinden dat het onderwijs dient. Op basis van het literatuuronderzoek heb ik een framework gemaakt van wat ik een moreel leerproces noem. Hoe we leraren kunnen ondersteunen om die eigen opvattingen en waarden (referentiekaders) zichtbaar te maken en deze kunt onderzoeken op de betekenis ervan voor het onderwijs en de ontwikkeling van de leerlingen.’

 

Het proces van moreel leren bestaat uit vier fasen waarin leraren activiteiten ondernemen. Deze vier fasen vormden tevens de structuur voor vier samenhangende deelstudies.  

De Keijzer: ‘In de eerste fase onderzochten we vragen, twijfels en onzekerheden. We probeerden spanningen te vangen en hoe morele waarden hierin een rol spelen. Wat is er lastig in de interactie met leerlingen en waarom? De tweede fase betrof het bewust worden van de eigen referentiekaders waarbij eigen waarden en opvattingen aan het licht kwamen. In de derde fase werden de als vanzelfsprekend beschouwde referentiekaders met anderen (peers) besproken op de waarde ervan op de onderwijspraktijk. Wat vind je zelf het beste om te doen en wat legitimeert dan? In de vierde fase komt tenslotte het creëren van een andere, bredere kijk aan bod. De vier deelstudies geven samen inzicht hoe leraren het morele in hun ervaringen duiden, hoe de betekenisgeving aan ervaringen zich ontwikkelt via reflectie en dialoog met collega’s, wat leraren als de doorwerking van moreel leren aangeven en welke coachbenaderingen het moreel leren van leraren bevorderen.’

Degenen die meewerkten aan het onderzoek waren allemaal ervaren leraren die zichzelf aan hebben gemeld omdat zij op zoek waren naar een diepere laag. De Keijzer: ‘Bij Fontys OSO kwam de vraag binnen naar een professionaliseringsprogramma dat ingaat op de afstemming op diversiteit. Ook vanwege de introductie van de Wet Passend Onderwijs die een paar jaar geleden geïntroduceerd werd. Leraren merkten dat ze in de pedagogische afstemming soms handelingsverlegen waren. En het mooie is dat tijdens het traject een leraar-coach is opgeleid, deze persoon kan het proces van moreel leren verder faciliteren in de school. Daarmee geven wij de handvatten om verder te gaan met het proces.’

Wat is het belangrijkste inzicht dat uit het onderzoek voortkwam? 
‘Mijn eigen belangrijkste inzicht is misschien nog wel dat er veel is wat we nog niet weten maar dat tegelijkertijd dat niet weten, kansen biedt om onderwijskundige standpunten te bespreken die kunnen bijdragen aan discussies over moeilijke vraagstukken. De aandacht voor de morele betekenis van het onderwijs neemt namelijk toe. Scholen zijn op zoek naar onderwijskundige benaderingen die de sociale rechtvaardigheid en democratisch samenleven vergroten. Zo kunnen sociale problemen en tegenstrijdige standpunten over wat als het ‘morele goed’ wordt beschouwd, soms uitmonden in extreem geweld en humanitaire problemen. Het kennen en begrijpen van de eigen referentiekaders alsook het afwegen van de eisen die door anderen worden gesteld, levert in ieder geval input om bij te dragen aan deze discussies. Hoe breng je dit soort issues de klas in? Door je bewust te zijn van je eigen rol en opvattingen kun je juist een meer neutrale rol innemen en geen gekleurde opvattingen de klas insturen. Als leraar ben je nu eenmaal van grote invloed op de klas en leerlingen en daar moet je je van bewust zijn.’ Ze voegt eraan toe dat het ook fijn is om met een groep leraren te werken.  ‘Ik hou van het dialogische leerproces. Dat je kunt uitleggen waarom je iets vindt en erover in gesprek gaan. Het brengt wel wat teweeg in een groep collega’s maar samen kom je er wel uit.’

Helma de Keijzer is werkzaam als onderzoeker bij het Lectoraat Integratief Opleiden & Boundary Crossing van Fontys Lerarenopleiding Sittard.

Auteur: Linda Koster

Meer nieuws

Wordt alumnus Shannon landelijke Ad-ambassadeur?
Samen vooruit: maak kennis met de versterkte directie van Fontys Paramedisch
SPECO en Sportstaff slaan handen ineen

Komt jouw beschikbaarheid niet overeen met die van de opleidingsmanager van je voorkeur. Plan dan evengoed een gesprek in! Elk van de aangegeven personen kan het gesprek met je aangaan.

Wil jij ook impact maken?

Plan dan nu een online kennismakingsgesprek en ontdek jouw carrièremogelijkheden bij Fontys Engineering.